De fractie van LOB kan op hoofdlijnen instemmen met het visie document Wet Maatschappelijke Ondersteuning. Wij herkennen daarin de discussies die zijn gevoerd tijdens de Technische Beraden van 4 juli en 7 december.
Het visie document zal de basis vormen voor het toekomstige WMO beleid, en de in dit document geformuleerde uitgangspunten zullen daarom een belangrijke invloed hebben op dit nieuwe beleid. Een beleid dat we voor 4 jaren zullen vaststellen. Vanuit die invalshoek heeft onze fractie naar de uitgangspunten gekeken en dat geeft ons aanleiding voor de volgende op- en aanmerkingen.
Het visie document geeft aan dat het WMO beleid zich in eerste instantie zal richten op twee voorkeursgroepen: Jeugd en Jongeren en mensen met een lichamelijke of geestelijke beperking. Waarom is gekozen Jeugd en Jongeren als voorkeursgroep en niet bijvoorbeeld voor de groep "ouderen"?
Het maatschappelijke voorzieningenniveau zal van een zodanig niveau dienen te zijn dat het de inwoners van Bernisse in de gelegenheid stelt om te participeren in de lokale samenleving. Dat is een interessant gegeven, zeker als je dat in relatie brengt met de discussie over de voorzieningenvisie. Het maakt de discussie over de voorgenomen bezuinigingen op accommodaties en voorzieningen nog complexer. Vanuit een WMO visie zou je een bepaalde voorziening dienen te handhaven, terwijl er geen financiele middelen voor beschikbaar zijn. Dit vereist een zorgvuldig afwegingsproces op een manier die ook aan onze inwoners kan worden uitgelegd.
Onder het kopje "Integraal beleid" wordt geschreven: De interne organisatie dient te faciliteren in integrale afstemming. Kan de wethouder ons uitleggen wat hier staat?
Overigens is het de fractie van LOB helder dat met de invoering van de WMO opnieuw een intensief beroep is gedaan op de veerkracht van de ambtelijke organisatie. En zo zijn er nog een aantal vergelijkbare ontwikkelingen te benoemen die veel vragen van onze ambtelijke organisatie, denk alleen maar aan het project Andere Overheid. Onze fractie is benieuwd naar de visie van het college over deze ontwikkelingen. Op welke wijze wil het college, samen met de gemeentesecretaris, invulling geven aan nieuwe taken. Daarbij rekening houdend met het gegeven dat formatie uitbreiding om financi?le redenen niet direct voor de hand kan liggen.
Onder het kopje "Inclusief beleid" wordt een voorbeeld geschetst van de manier waarop bij het vorm geven van de nieuwe woonwijk, al rekening kan worden gehouden met voorkeursgroepen. Het aardige van dit voorbeeld, is, dat je het kunt toepassen op de lopende discussie over het programma van eisen voor de nieuwe woningbouw locatie in Zuidland. Bij de behandeling van agendapunt 11 wil onze fractie graag opnieuw aandacht vragen voor de positie van starters ( veelal jongeren = voorkeursgroep WMO).
De fractie van LOB kan zich niet vinden in de voorgestelde benadering van de participatie structuur. De tekst kan makkelijk de indruk wekken dat wij ons realiseren dat er een wettelijke verplichting is om klanten en burgers te betrekken bij het opstellen van nieuw WMO beleid, maar dat de ambtelijke organisatie daar niet teveel door mag worden belast. Ook het gegeven voorbeeld van klanttevredenheidsonderzoeken wijst in die richting. Immers, een dergelijk onderzoek doe je achteraf, en heeft dus niets te maken met het betrekken bij het vormen van nieuw beleid.
Wij kunnen ons vinden in de vorming van 1 WMO adviesraad, die relevante groepen kan vertegenwoordigen.
Om de adviesraad serieus te betrekken bij de vorming van nieuw beleid stellen wij op hoofdlijnen de volgende structuur voor:
de ambtelijke organisatie doet een tekstvoorstel
het voorstel wordt voorgelegd aan het college
het college biedt het voorstel voor commentaar aan de adviesraad
de adviesraad geeft haar visie en commentaar
het voorstel wordt, inclusief de visie en het commentaar van de adviesraad, aangeboden aan de raad.
Tenslotte vraagt de fractie van LOB aandacht voor de inrichting van het WMO loket. Meegaan met de tijd is uitstekend, maar laten we ook niet uit het oog verliezen dat mensen die we als voorkeursgroep kwalificeren (de mensen met een beperking), niet altijd kunnen beschikken over een pc of een dergelijke voorziening. Zij zijn aangewezen op fysieke menselijke contacten.