2007-02-13_04

Agendapunt 10 "Evaluatie WMO 1e halfjaar 2007 "

Agendapunt 10. Evaluatie WMO 1e halfjaar 2007.

Mevrouw de Voorzitter,

De fractie van LOB wil graag haar lof uitspreken voor de medewerksters die de afgelopen maanden met volle overtuiging hebben gewerkt aan de invoering van de WMO. Dit wordt zichtbaar gemaakt in een degelijk evaluatie verslag.

Het mag duidelijk zijn dat de organisatie het goed heeft gedaan. Helaas missen wij een belangrijk element in de evaluatie: wat zijn nu de waarneembare maatschappelijke effecten voor de inwoners van onze gemeente en dan uiteraard met name voor de inwoners die een beroep moeten doen op de WMO.
Het is niet voor niets de Wet Maatschappelijke Ondersteuning; in hoeverre worden onze inwoners maatschappelijk ondersteund?
De fractie van LOB is van mening dat de evaluatie inzicht hoort te bieden in de effecten voor onze inwoners.

Een belangrijke aanbeveling is de invoering van een nieuwe categorie huishoudelijke hulp: de zogenaamde HH1+ categorie. Het evaluatieverslag schetst de verschillen in aanpak vroeger en nu: waar men voorheen vrijwel steeds uitkwam op de zware indicatie HH2, is nu een tendens merkbaar dat vrijwel in alle gevallen een lichtere HH1 indicatie het resultaat is van de toepassing van de protocollen.
Daarbij wordt nog genoteerd dat een goede toepassing van de indicatie protocollen in de meeste gevallen alleen een HH1 indicatie kan opleveren.

Wij zien de volgende tegengestelde passages in het verslag:
Op blz 14: als een klant niet in aanmerking komt voor de zware indicatie, maar niet in staat is om zelf werkgeverstaken op zich te nemen, dan is het zeer de vraag of de gemeente wel een HH1 indicatie mag toewijzen Maar op diezelfde blz staat ook dat naar verwachting slechts een klein percentage in aanmerking kan komen voor de nieuwe variant.
Als we dit dan vergelijken met de cijfers in tabel 9 op blz 15 dan spreekt daar de veronderstelling uit dat het merendeel van de nieuwe indicaties zal uitkomen op de nieuwe categorie HH1+.

De fractie van LOB heeft een betere onderbouwing nodig alvorens zij kan instemmen met deze aanbeveling.

De mogelijkheid bestaat om een netto Persoonsgeboden Budget in te voeren. U bent van mening dat dit geen aanbeveling verdient, omdat de regeling omslachtig en ingewikkeld is.
De VNG heeft evenwel op 20 juli op haar website een bericht geplaatst dat aangeeft dat er afspraken zijn gemaakt met het CAK en dat de nieuwe werkwijze rond het netto PGB per 1 augustus is ingebouwd in de bestaande administratieve informatie uitwisseling tussen CAK en gemeenten. In deze oplossing worden gemeenten zo min mogelijk administratief belast. Waarom wijst het College deze mogelijkheid af?
Welk belang geeft hier de doorslag: het belang van de klant die minder administratieve lasten krijgt of het administratieve belang van de gemeente?

De LOB fractie is van mening dat het belang van de klant hierin voorop dient te staan.
Tenslotte vraagt het College om in te stemmen met de in de notitie opgenomen aanbevelingen.
Wij zijn van mening dat de aanbevelingen niet duidelijk en concreet genoeg zijn geformuleerd. Wat wordt er eigenlijk aan de Raad gevraagd?

Sip van der Weg
18 september 2007.