2008-05-15_09

Wijziging Algemene Subsidie Verordening 2007

Agendapunt 9. Wijziging Algemene Subsidie Verordening 2007


Mevrouw de Voorzitter,

Vrij snel na de vorige raadsvergadering hebben wij een concept ontvangen van de voorstellen tot wijziging van de Algemene Subsidie Verordening 2007.

In het raadsvoorstel geeft u aan dat de wijzigingen van de subsidie verordening slechts zuiver technische aanpassingen betreffen, waardoor volstaan kan worden met een wijzigingsverordening.

De fractie van LOB vraagt zich af wat naar uw mening een technische aanpassing is. In augustus 2007 heeft deze raad de Algemene Subsidie Verordening 2007 vastgesteld.
Er is toen uitgesproken dat de nieuwe verordening juridisch waterdicht, goed hanteerbaar en praktijkgericht was.
Er is voor wat betreft vrijwilligersorganisaties een subsidiestelsel neergezet, bestaande uit drie vormen van subsidie:

De wijzigingsvoorstellen betekenen dat er voor vrijwilligersorganisaties nog slechts het volgende resteert: Een structurele activiteitensubsidie en voor incidentele vernieuwende activiteiten wordt de mogelijkheid geboden van een stimuleringsregeling.

Door deze wijzigingen worden zwaardere eisen gesteld aan vrijwilligersorganisaties en komen sommige activiteiten (volgens de concept contourennota) niet meer in aanmerking voor subsidie.

Er is daarom naar de mening van de fractie van LOB geen sprake van slechts een technische aanpassing, maar van een inhoudelijke wijziging van het subsidie stelsel.

Dat rechtvaardigt een bespreking in twee termijnen en derhalve geen besluitvorming in 1 termijn. Wij hebben dat standpunt al eerder ingenomen.

U heeft in een memo van 16 april 2008 aangegeven dat de wijzigingsverordening op woensdag 23 april voor inspraak wordt vrijgegeven en dat organisaties tot en met maandag 28 april in de gelegenheid worden gesteld om te reageren. U geeft daarbij ook aan dat eventuele reacties die na 28 april binnenkomen soepel behandeld zullen worden.

Voorzitter,
Als wij de Inspraakverordening 2005 er bij nemen en zoeken naar de inspraaktermijnen dan komen we terecht bij de Algemene West Bestuursrecht en die geeft aan dat een gebruikelijke inspraaktermijn zes weken bedraagt.

Mede om deze redenen zijn wij van mening dat besluitvorming pas kan plaatsvinden nadat wij ons aan onze eigen regels en procedures hebben gehouden.

Natuurlijk kan het zijn dat u een andere visie heeft en wellicht is er ergens in de AWB of een andere gemeentelijke regeling een afwijkende procedure beschreven. Wij horen hier graag uw reactie op, en zullen dan in tweede aanleg ons uiteindelijke standpunt kenbaar maken.

Sip van der Weg