Agendapunt 11. Bestemmingsplan " Drogendijk ongenummerd te Zuidland"
Mevrouw de Voorzitter,
De fractie van LOB is groot voorstander van schuilstallen. Maar dan ook in de letterlijke betekenis van het woord: plaats om te kunnen schuilen! De fractie van LOB wil dat er op korte termijn beleid wordt geformuleerd voor schuilstallen.
Uit de gekozen woorden kunt u afleiden dat de fractie van LOB grote moeite heeft met het voorliggende bestemmingsplan.
Het gaat ons dan met name om de gevolgde procedures.
De fractie van LOB heeft in de vorige raadsperiode steeds positief gestaan tegenover de realisatie van een schuilstal. Dat standpunt deelden wij met de overige raadsfracties. En nog steeds vindt de fractie van LOB dat er in het concrete geval een schuilstal moet kunnen worden gerealiseerd.
Maar we kunnen ook lezen in de besluitenlijsten van de raadsvergaderingen van bijvoorbeeld 13 oktober, 8 december en 12 januari dat er naast instemming met de positie van de aanvrager ook gevraagd wordt om beleid.
In gesprekken tussen de aanvrager en het College is de aanvrager op enig moment de optie gegeven om:
te wachten op een zienswijze van de raad op de provinciale structuurvisie of,
zelf met een ontwerp bestemmingsplan te komen, of
te wachten op beleid.
De raad heeft op 12 januari ingestemd met een door het College voorgestelde zienswijze. In de brede strekking van die zienswijze past weliswaar het origineel aangevraagde bouwplan (60m2 en 5m nokhoogte), maar er is op dat moment nog steeds geen discussie gevoerd over de in een schuilstallen beleid te stellen randvoorwaarden en een discussie over precedentwerking met mogelijke consequenties is op dat moment ook nog niet gevoerd. De fractie van LOB heeft tijdens de vergadering van 12 januari aangegeven dat de criteria voor het beleid nog wel in de raad moeten worden besproken. Wat ons betreft, kunnen we dat nu doen!
Wij willen daarom de criteria als maatvoeringen en functie van het plan ter discussie stellen. Immers, indien wij instemmen met het voorgestelde bestemmingsplan, zeggen wij ook impliciet dat dat ons beleid is. Het zou haast niet anders meer kunnen.
En wat betekend dat dan voor de volgende inwoner die een min of meer vergelijkbare aanvraag doet?
Eigenlijk moeten we als raad niet betrokken zijn bij dit soort beslissingen op individueel niveau!
In deze situatie is er volgens ons sprake van twee verschillende gedachtengangen: de Raad is steeds van mening geweest dat de aanvraag van een schuilstal gerealiseerd moet worden en dat we met elkaar in gesprek komen over de voorwaarden (afmetingen enz) waaronder (het te formuleren beleid) en de beleving van de aanvrager die van ervan uit is gegaan dat hij, door het zelf ontwerpen van een bestemmingsplan, de goedkeuring van de raad zou krijgen.
Wij zijn benieuwd wat de andere raadsfracties van deze situatie vinden.