Agendapunt 9. Standpunt LOB fractie beleid Zorg en Wonen
Mevrouw de Voorzitter,
De fractie van LOB is een warm voorstander van kleinschalige woonzorg projecten en daarom heeft onze fractie met belangstelling kennis genomen van de uitvoerige notitie en van het raadsvoorstel.
LOB is blij om te lezen dat er voor ouderen, mensen met een verstandelijke of lichamelijke beperking, middels deze beleidsvoorstellen meer mogelijkheden geboden kunnen worden. Met name deze groep is afhankelijk van mantelzorg. Mede door de Kanteling van de WMO zullen steeds meer zorgactiviteiten op mantelzorgers neerkomen. Het lijkt er op dat het met deze voorstellen voor de gemeente makkelijker wordt gemaakt om aanpassingen van woningen en het plaatsen van units toe te staan.
Althans dat is het beeld dat deze voorstellen bij onze fractie heeft opgeroepen. Dat aan zorgboerderijen en clusterwoningen kwaliteitscriteria worden gesteld is een goede zaak. De fractie van LOB heeft daarom een positieve grondhouding ten aanzien van het voorgestelde beleid.
Omdat het een belangrijk en toekomstgericht onderwerp is, wil de fractie van LOB
deze avond vooral gebruiken om vragen te stellen over de wijze van toepassing van het beleid, de gevolgen voor enkele bestaande aanvragen en over de manier waarop recente ontwikkelingen in dit beleid zijn verwerkt.
De vragen zijn de volgende:
1. Is het juist dat het makkelijker wordt om woningen aan te passen en het plaatsen van units toe te staan?
2. Wat betekenen de voorstellen voor lopende aanvragen?
3. De voorstellen geven de indruk dat het toe staan van aanpassingen van woningen en het plaatsen van units bij bestaande woningen in het buitengebied lastiger zijn, dan voor vergelijkbare situaties in de kernen; kunt u dit toelichten?
4. In de bijlages kunnen we in de grafieken lezen dat de leeftijdsgroep tot 54 jaar behoorlijk daalt tot 2030; deze groep is straks de groep die mantelzorg gaat verlenen; de fractie van LOB denkt dat het mede hierom van belang is dat meer starterswoningen of betaalbare huurwoningen voor deze groep binnen onze kernen beschikbaar komen; wat is de visie van het College hierop?
5. De kleurenkaarten voor de gebieden 1 en 2 wekken de indruk dat " zorgboten" in het Haringvliet mogelijk zijn; is dat beeld juist?
6. Bijlage 1 geeft een overzicht van de huidige initiatieven wonen met zorg; is het juist dat er inmiddels ook in Oudenhoorn een voorziening is gerealiseerd?
7. Om te zorgen dat er in de toekomst scheefgroei kan ontstaan in de kosten, is in de voorstellen ook een limiet aan het aantal zorginstellingen opgenomen; daarbij is aangegeven dat er een duidelijke voordelige kosten-baten analyse aanwezig moet zijn, maar hoe worden zaken als werkgelegenheid, leefbaarheid en sociale cohesie in financiële waarden omgezet? En hoe zullen de kosten voor het leerlingenvervoer worden geregeld?
8. De voorstellen benoemen ook beperkingen; geen vergroting van het aantal woningen, maar 1 huishouden op een perceel; nieuwbouw binnen het bestaande bouwvlak, bouwen volgens de eisen van het bouwbesluit enz; zomaar een aantal zaken die opgeworpen worden en er op lijken dat maatwerk lastig wordt; waarom is er niet voor gekozen om de zelfstandige woonruimte te benoemen als bijgebouw of dependance van het huishouden; waarom kan het bijvoorbeeld niet als tijdelijke ruimte worden benoemd die daarmee niet volledig hoeft te voldoen aan het bouwbesluit? En waarom vasthouden aan het bestaande bouwvlak?
9. Mezzo doet een aantal aanbevelingen om afspraken met woning corporatie te maken zodat het ook voor huurders makkelijker kan worden om mantelzorg te verlenen; bijvoorbeeld voorrang om te verhuizen om dichter in de buurt van de zorgvrager te kunnen wonen, of dat de mantelzorger intrekt bij de zorgvrager en daarmee medehuurder kan worden; hierover lezen we niets in de beleidsvoorstellen; ziet het College dit als een mogelijkheid?
10. Het twee sporen beleid maakt het voor lopende / huidige aanvragers mogelijk om binnen gestelde voorwaarden verder te gaan; maar het beleid zoekt voor de toekomstige aanvragers een duidelijke afstemming met de andere gemeenten op Voorne Putten; hoe groot zijn de kansen om op korte termijn een gezamenlijk beleid te realiseren? Heeft het College een alternatief plan, als dit gezamenlijke beleid onvoldoende snel tot stand komt?
11. In de bijlage over de communicatie missen wij een rol voor het WMO loket; is dat niet juiste de plaats waar inwoners voor de eerste maal met hun aanvragen zullen aankloppen?
Op 24 november jl heeft minister Donner een brief geschreven, naar aanleiding van de behandeling van de begroting van zijn departement in de 2e Kamer. In deze brief wordt ondermeer gewezen op:
- verruiming van de mogelijkheden om een mantelzorgwoning zonder vergunning te plaatsen
- procedurele vereenvoudiging indien voor plaatsen van een mantelzorgwoning wel een omgevingsvergunning is vereist
- verruiming van de termijn welke een tijdelijke mantelzorgwoning ten hoogste in stand mag worden gehouden.
Zijn deze mogelijkheden al verwerkt in deze beleidsvoorstellen?
Tenslotte een opmerking van een hele andere aard:
Vrijkomende agrarische objecten zijn naar de mening van de fractie van LOB vanwege hun prijsstelling en ontwikkelingsmogelijkheden en regelgeving attractief om als kleinschalige woonzorg instellingen te ontwikkelen. Waarom is het wel mogelijk om voor 10 individuele bewoners woonruimte te realiseren, maar kunnen er bijvoorbeeld niet drie aparte woningen in worden gerealiseerd. Ook een ruimere toelating van ander soortige bedrijven op deze vrijkomende locaties zal meer concurrentie geven net zorginstellingen waardoor de druk erop zal afnemen.
Namens de fractie van LOB,
Nel Gort en Harry Engwirda