Tijdens de Raadsvergaderingen van november 2006 heeft de Raad intensief gesproken over het peuterspeelzaalwerk.
Een raadsbreed gedragen (sub)amendement heeft geleid tot een duidelijke uitspraak van de Raad over de toekomst van het peuterspeelzaalwerk.
Naar de overtuiging van de fractie van LOB was daarmee de directe toekomst voor bestuur, medewerkers en peuters in voldoende mate verzekerd.
Tot onze grote verbazing konden wij afgelopen zaterdag in het AD/RD lezen dat er kennelijk opnieuw onrust is ontstaan over het peuterspeelzaalwerk.
Uit de besluitenlijst van de vergadering van het College van dinsdag 20 maart blijkt dat er die dag een opdracht is verstrekt voor de uitvoering van de herijking van het subsidie beleid.
Vraag
Is het juist dat, vooruitlopend op het vaststellen van een vernieuwd subsidie beleid, gesprekken gestart zijn met de leiding van het peuterspeelzaalwerk, met als insteek bezuinigingen ?
Indien dit juist is, waarom is het College, zo kort na de uitspraak van de Raad, deze gesprekken gestart ?
In het artikel is sprake van een noodscenario; kan het College aangeven waaruit dat noodscenario bestaat ?
Is het College zich bewust van de maatschappelijke impact die deze gang van zaken heeft op, in de eerste plaats de direct betrokkenen, en in de tweede plaats op de inwoners van onze gemeente ?
Met vriendelijke groet,
Namens de fractie van LOB,
S. van der Weg