Just Riet openhartig over eerste jaar als Bernisser wethouder
Uit: Bernisser, woensdag 6 april 2011
1. U werkte bij de grote verzekeraar Aegon. Een hele ommezwaai?
'In het bedrijfsleven kan het snel gaan. Daar worden soms opportunistische afwegingen gemaakt - zo van we gaan gewoon - maar bij de overheid worden alle aspecten van een eventueel besluit grondig bekeken. Aegon is een groot bedrijf en Bernisse een kleine gemeente. Maar ik kwam nooit alle 2500 man die in Nederland werken allemaal tegen. Je hebt een kringetje van zo'n vijftig man, waarmee je werkt en die je kent en dat is vergelijkbaar met Bernisse.'
2. Hoe bevalt het wethouderschap?
'Ik heb een omvangrijke portefeuille met onder meer financiën, ruimtelijke ordening, huisvesting, verkeer en vervoer. Dat is niet mis. In het begin had ik er veel moeite mee. Je moet je op heel veel vlakken inlezen.
Vanaf het eerste moment verwachten mensen in de organisatie dat je van de hoed en de rand weet. Het heeft wel even tijd gekost, want er zijn ook hele ingewikkelde dossiers bij. Als je het bijvoorbeeld hebt over grondbeleid en woningbouw, dat is eenhele complexe materie. Nu ik een jaar verder ben, heb ik een aardig beeld van hoe de zaak in elkaar zit en wat er waar moet gebeuren. Ik zat niet eerder in de gemeenteraad,
dus het aan-politiek-doen heb ik wel moeten leren.Ik maak dankbaar gebruik van de tips en adviezen, die ik van mijn collega's krijg.'
3. Blijft er nog tijd over voor ontspanning?
'Ik heb naast mijn werk op het gemeentehuis en de vergaderingen buiten de deur voldoende tijd voor leuke dingen. Net als collega Wim Kruikemeier werk ik vier dagen. Op de vrijdag krijgt mijn dochter alle aandacht. Het vaderschap is leuk. Sinds enkele jaren ben ik scheidsrechter bij het korfbal. Ik was ook bestuurslid, maar de functie van voorzitter heb ik opgegeven toen ik wethouder werd. Ik fluit en probeer één of twee keer in de week te trainen om mijn conditie op peil te houden.Volgend jaar hoop ik in de Masterclass opgenomen te worden, dit is op landelijk niveau.'
4. Hoe loopt het contact met de inwoners van Bernisse?
'In de eerste periode van mijn wethouderschap heb ik kennis gemaakt met vertegenwoordigers van belangengroepen, zoals ondernemers en agrariërs. Die kom je in het reguliere overleg tegen. Soms staan er mensen spontaan op de stoep, die uit zich nader kennis willen maken. Ik maak ook weleens een rondje door het gebied, om te zien wat er gebeurt en maak een praatje met de mensen. In Zuidland waar wij wonen merk ik dat de mensen soms denken; hé dat gezicht ken ik. In de andere kernen is dat minder. Het heeft ook gewoon tijd nodig, voordat ik wat sneller op het netvlies sta. Ik laat mijn gezicht zien waar het kan, maar ben natuurlijk niet in staat om overal aanwezig te zijn. Dan zou ik echt niet meer thuis zijn.'
5. Uw partij het L.O.B. is de grootste fractie in de gemeenteraad. Heeft die het ook voor het zeggen?
'Die heeft het niet voor het zeggen, denk ik. We vormen wel de grootste fractie, maar niet de absolute meerderheid. Er is een coalitie met de PvdA-D'66. Natuurlijk heeft het L.O.B. een flinke portie invloed en dat wordt ook wel door de andere partijen erkend. We hebben bij de collegevorming het voortouw mogen nemen en zijn daarmee een belangrijke speler geworden.
Gelukkig zijn de verhoudingen met de andere partijen in de gemeenteraad goed. Het L.O.B. heeft vanaf het begin gezegd; wij willen zoveel mogelijk samenwerken en de oppositie betrekken bij de ideeënvorming, bij de plannen. We zien nu dat het op sommige onderwerpen spannend wordt, dat de oppositie ook oppositie begint te voeren. Dat is prima. Ik heb het idee dat die visies niet heel ver uit elkaar liggen. Over het merendeel van de onderwerpen zijn we het met elkaar eens.'